Weet je Baboesjka wat het mooiste was. De opkomende zon. Wanneer het zo vroeg is, is het ook meestal koud. En wanneer je dan op een stoeltje zit en de eerste zonnestralen op je gezicht voelt. Dat is heerlijk. Meestal viel ik dan in slaap in de stoel, want vissen vond ik niet zo bijzonder. O ja, het was best spannend om naar het dobbertje te kijken, maar een paar uur achter elkaar is teveel van het goede. Ik snap trouwens nog steeds niet hoe ik, die zoveel van dieren hou, het gewoon vond om een vis uit het water te halen met een haakje in zijn bek. Maar toen werd er gezegd dat vissen geen gevoel hadden. Ja, ja dat hadden ze aan die mensen verteld. Nu hadden de vissen geluk, want zowel Pa als ik waren niet van die goede vissers.
![]() |
| Pa en Mike aan de visvijver |
We hebben eens aan een vaart gezeten en naast ons zat een kat te wachten op wat wij uit het water haalde. Naar een half uur draaide de kat tweemaal om onze stoeltjes, miauwde éénmaal en vertrok. Ook die had geen vertrouwen in onze viskunst.
Ik bedenk me nu ineens, dat wanneer we afhankelijk waren geweest van onze viskunst, we weinig te eten hadden gehad. Gelukkig was het een hobby van Pa. Hij kon lekker in de frisse lucht zitten en zijn shaggie roken. En soms ging ik dus mee.
Op een keer gingen we vissen terwijl het regende. Het plensde echt. Nu lieten we ons daardoor weerhouden, want wat een Metman in zijn kop heeft heeft hij niet ergens anders. Dus kom op, gewoon naar de vaart, daar wordt het wel droog. Nou, niet dus. We stonden te schuilen naast een schuurtje. Zowel Pa als ik rookte toen, dus terwijl we wachten op droog weer, probeerde we een shaggie te roken. Probeer maar een een shaggie te draaien met natte handen. Dat ging dus niet. Dat is de enige keer geweest, die ik me kan herinneren, dat Pa zei kom we gaan terug naar huis. Eerst gingen we langs een koffiehuisje en hebben daar koffie met cognac gedronken. We moesten toch weer warm worden. En natuurlijk het eeuwige shaggie.



